Klik op de afbeelding om te vergroten.
Ansichtkaart Tolkamer 1906. Geheel rechts op de achtergrond de villa van Willem v.d.Loo, daarvoor het hotel restaurant van Dorus Gertsen. Verder de in Jugendstil gebouwde villa van Theodoor Daams van waaruit men een pracht zicht heeft op de Rijn.
Toen het Rijk er een douanekantoor voor wilde bouwen en Daams zijn uitzicht verloren zag gaan bood hij het Rijk gratis de grond aan voor dit gebouw. Zo kwam het te staan waar hij het wilde. Op deze foto heeft het kantoor nog geen bovenverdieping
Deze foto is gemaakt door Carl Hill uit Emmerich in opdracht van Restauranthouder L.v.d. Broek en in 1908 verzonden naar Mademaiselle M. de Lannoy in s’Gravenhage.
Ansichtkaart uit het jaar 1906. Het was toen weer hoog water.
Hotel Restaurant van Dorus Gertsen die op de voorgrond in de roeiboot staat. Rechts achter hem zijn vrouw Lies die zojuist water heeft geput. In het midden de villa van steenfabriekant Willem van de Loo, bijgenaamd “Den Onkel”. Later zou in deze villa de bakkerij van Lutjenhuis en de slagerij van J. Peet komen. Geheel links Expeditiekantoor Daams.
Het houten huisje in het water is het kantoortje van de Lobithsche Stoomboot Mij. Hier moesten de vrachtbrieven afhalen bij de beheerder Grob.
De foto is uitgebracht door L. v.d. Broek Lobith (restauranthouder) en in 1907 verzonden naar 11 Penseling kandidaat notaris te Waalwijk.
Een ansichtkaart van het Postkantoor uit 1915. De ingang was destijds aan de linkerzijde. Meer naar rechts had directeur Preusting zijn kantoor (man in het midden met wit haar).Man geheel links is de heer Gerrit Spekking. Verder de villa Nooitgedacht, waar links Jan Bodewes woonde, die getrouwd was met de oudste dochter van Postdirecteur Preusting.
De Koningsstraat in 1907. Rechts de woningen van D’Harvant en Wichers. De woningen werden daarvoor door zijn schoonvader Herman Hendrik Christiani bewoond. Hij was van 1870 tot 1900 Burgemeester van Herwen en Aerdt, Links is de vroegere schuur van Dirk Stokman, later kapper Westerman en entrepot van de Velden. Daarna kwam daar confectiezaak Notten.
Zo zag de Rijnkade er uit in 1912 met links het douanekantoor. Rond 1914 werd het kantoor van een verdieping voorzien. In het midden de villa van Daams, die in 1900 werd gebouwd. Geheel rechts het café Wacht am Rhein van Th. Gertsen. De serre heeft nog dienst gedaan als danszaal van Café Heuvel te Lobith.
De ’s Gravenwaardschestraat omstreeks 1920. Nu is dit de Tolstraat. Rechts is het café “Het Anker” van Jan Buser, dat inmiddels al is afgebroken. Links op de hoek van het Schipperspad is de slagerij van de gebroeders David en Simon Northeimer. Hun broer Louis zat meer in de veehandel. Hier zit nu B&B Schipperspad van fam. Lamers. Het volgende huis is van H. Seising: “de Saks”.Het witte huisje werd bewoond door Heintje en Dieneke Braam.
In 1920 had de toen 1 jaar oude melkinrichting “Eendracht Maakt Macht” last van hoog water. Directeur was Bernard Stoll. Voorheen was het pand van A.J. Gödden, die hier zijn slagerij begon. In 1929 vestigde deze zich in het pand van logement L. v.d. Broek. Rechts ziet u nog iets van de dubbele woning gebouwd in opdracht van de Lobitsche Stoombootmaatschappij voor de kapitein en machinist van de “Koningin Wilhelmina”.
“Anton’s trots uit 1930. Anton Damen, met naast hem mogelijk Polman, een grondwerker uit Herwen. Terwindt en Arntz had het eerst zulke locomotieven voor het vervoer van klei. Steenfabrieken zijn er al heel lang in Tolkamer. In 1830 waren er 2 kleine veldovens en in 1930 tellen we al 8 flinke fabrieken met zo’n 1000 arbeiders. Het gemiddelde jaarloon bedroeg circa 800,00 gulden.
Ook het Laantje stond in 1920 onder water. Links de dubbele villa “Nooitgedacht” en het postkantoor. Op “Nooitgedacht” woonden toen (vanaf de straat gezien) Links Jan Bodewes en rechts Gerardhus Bodewes. Naast het postkantoor de douanewoningen. Volgens de foto staan ook de kelders van de Tolkamerse school onder water. Deze hadden in de oorlog de functie van schuilkelder.
De Werf had in de ’s Gravenwaardepolder huizen laten bouwen: “het Roode dorp” Wel was er gewaarschuwd dat er nog wel eens hoog water zou kunnen komen. De ’s Gravenwaardsedam was immers zomerdijk! Maar het was al zo’n 30 jaar geen hoog water meer geweest en men had het er maar op gewaagd. Deze foto uit 1920 is genomen vanaf de toegangsweg tot de steenfabriek van Daams.
De winkel van schoenmaker Antoon Teunissen in 1928. Hij is gestart in Dorpsstraat 20 (nu Hoofdstraat). Enkele jaren later verhuisde hij naar het nieuwe pand. In 1954 nam zij zoon Piet Teunissen de zaak over. De winkel is gesloten in 1983. Op de 2e rij rechts staat Dra. Zij was kleuterleidster in Tolkamer.
Uitstapje van de Winkeliersvereniging van Tolkamer op 31 augustus 1954 naar Rüdesheim.
V.l.n.r. Kobus Lamers, onbekend, Mevr. Cretier, Man links Dries Jansen met zijn vrouw. Nel Wekenborg, Marie Joras, Mevr. Timmermans, Henk Lutjenhuis, Willy Mulder met zijn vrouw, B. Stoll, Dikky en Greetje Bos, Hein Meyer, Harm Drent met zijn vrouw,
De Rijnkade in 1953. Rechts de kruidenierswinkel van B. Wekenborg, links het kantoor van W.F. D’harvant. Aan de wandelaars ziet u, dat er net 2 spido’s zijn aangekomen. Ze hebben een 25-tal schippers en hun vrouwen opgehaald, die aan de wal gebracht worden voor de nodige formaliteiten en om inkopen te doen en de café’s te bezoeken. In het midden de Wilhelminaboom, geplant in 1898.
Ansicht 1964. Steiger 1 bij Bram Stoll. Rechts de kiosk die diende als opslagplaats, later ook voor de verkoop van scheepsartikelen. Vrouw met witte schort is Tante Zus Stoll. De man achter de handkar met boodschappen is Benny Egberts, op weg naar een klant, die op een ander steiger ligt. Er lagen daar toen 5 steigers.
Vroeger kon men via een pad vanaf de Rijnkade naar de werf komen, thans via de Bijlandseweg en ’s Gravenwaardse dijk. Deze foto is van vóór 1913.
De uit 1889 daterende werf voor houten zeilschepen van 40 tot 60 ton werd vóór 1900 eigendom van Harm en Geert Bodewes, afkomstig uit het Groningse Martenshoek.
Waar de werf is gebouwd was vroeger een bosachtig gebied, volgens een oude kaart “’t Hol Mozes” genaamd.
Linksboven ziet u een schip in aanbouw met rechts daarvan het kantoor (aan de achterzijde van de timmerschuur). De heer E. Wortelboer was de directeur van scheepswerf „De Hoop” .
Dorpsstraat nu Hoofdstraat in 1946.
Links de kruidenierswinkel ALBINO van E.J.Dik.
daarnaast koperslager Damen, en Hotel Wilhelmina van Willem Jansen. (uithangbord)
Rechts de Bijzondere Neutrale Lagere School.
Damen, hij staat in de deuropening leefde als een kluizenaar, hij soldeerde al zijn geld in blikken trommels en gaf niets uit.
Toen hij dan ook ziek werd bleken de medicijnen voor hem veel te duur te zijn, (want dat kostte geld), die hij dan ook weigerde en natuurlijk overleed.
TUINDORP
Vanaf 1920 is Tuindorp gebouwd voor Poolse gastarbeiders in opdracht van scheepswerf de Hoop. De bouw stond onder uitvoering van de aannemer Jan M.Beckhuijsen.
De straatnamen werden genoemd naar de schepen die op de werf gebouwd waren zoals Rheastraat, Tenbergenstraat, Astreastraat en Grangcsbergenlaan. Ook de Carnalaan, de Berenicestraat en de Gouwzeestraat.
Je kijkt hier de Tengbergenstraat in en die mensen staan voor de keuken van het huis aan de Astreastraat. Toen met het huisnummer D355, nu Astreastraat 2. In dat huis woonde in en net na de oorlog de familie Meijer. Meijer verdiende de kost met een parlevinkerboot en ventte levensmiddelen aan schippers op de Rijn.
Aan de rommel op straat is te zien dat Tuindorp nog niet zolang geleden een overstroming had meegemaakt. Tuindorp is 3x overstroomd geweest, in 1920 stond het water 16,48m, in 1924 15,63m en in 1926 16,83m. In 1920 was de nieuwbouw van Tuindorp nog niet af maar deze huizen lijken af dus waarschijnlijk is deze foto in het voorjaar van 1926 gemaakt. Ook zie je langs de Tengbergenstraat jong aangeplante Bolacasiuasboompjes staan. Deze moesten zo rond 1965-1970 plaats maken voor auto’s, wat ik toen heel jammer vond. Toen waren de stammen zo’n 25 centimeter doorsnee.
Ik denk dat deze foto vanaf de Tuindorpse watertoren is gemaakt. Wat een drukte toen al op de Rijn hé?
Je ziet ook de contouren van het dijklichaam. Die dijk hadden ze vergeten eerst aan te leggen vóór de bouw van Tuindorp . Vandaar die 3 overstromingen.
Ik meen te weten dat eerst de huizen van Tuindorp zijn gebouwd en daarna de “villa”. (die nu weer tekoop staat, wist je dat).
Eind van de jaren twintig van de vorige eeuw is de watertoren gebouwd. Onderin de toren, op een peil dat ± 3 meter lager gelegen moet hebben dan de huidige keldervloer, hebben een of meerdere vacuumpompen gestaan waarmee een vat bovenin de toren werd gevuld. De watertoren was 25 meter hoog waarmee vastgesteld kan worden dat de waterdruk dus ongeveer 2,5 bar geweest zal zijn. De pompen zogen hun water uit enige putten die langs de rand van Tuindorp geslagen waren. Bij hoog water in de rivier moest de kelder waarin de pompen waren opgesteld continue droog gepompt worden; naar verluid kwam het water met geweld door de muren naar binnen gelopen.
In 1943 is aan de watertoren het pompgebouw aangebouwd. Wanneer dit gebouw met zijn pompen en filters precies in gebruik genomen is weten we niet. Aan het einde van de oorlog is de watertoren kapot geschoten door granaatvuur en na de oorlog is de toren, zij het ± 5 meter lager, weer in gebruik gesteld. In het begin van de jaren 50 is het pompgebouw in gebruik genomen. Het drinkwater werd opgepompt vanuit de putten, door de diverse filtertanks geleid en dan opgeslagen in de betonnen waterkelders naast het pompstation. De waterkelders dienden als buffer voor als er veel vraag was naar drinkwater, denk aan maandag als wasdag voor veel huisvrouwen in die tijd. De kleine waterkelder (huidige garage) is tegelijk met de watertoren gebouwd, de grote kelder (huidige benedenverdieping van de woning) is ergens tussen 1943 en 1965 gebouwd.
Vanuit de waterkelders werd het water het openbare leidingnet in gepompt en de druk werd verzorgd door een tweetal compressoren met tanks die een constante druk van 2.5 bar op systeem hielden.
In het midden van het gebouw was een technische ruimte waar o.a. ook een noodgenerator stond opgesteld waarmee het hele systeem, ook als het openbare elektriciteitsnet uitgevallen was, in bedrijf kon worden gehouden.
In 1972 is het gebouw opnieuw verbouwd en heeft het zijn huidige witte kleur gekregen. Toen is ook het restant van de watertoren afgebroken en het huidige dak doorgetrokken. In de gevels is nog steeds het deel van de toren zichtbaar. Verder zijn toen de vacuumpompen vervangen door bronpompen en is de vloer van de kelder omhoog gebracht (met ± 3 meter) tot een niveau waarop het geen last meer had van hoog water. De voormalige watertoren had/heeft muren van ± 60 cm dikte, het voormalige pompgebouw heeft normale spouwmuren.
Het huidige gebouw samen met de toegangsopbouw naar de oude, kleine, waterkelder (op het hoge terras) is in 2008, in goed overleg met de huidige eigenaar, een gemeentelijk monument











































